EPO op Facebook EPO op Facebook

extra info · 'De optimisten hebben de wereld' ·


"Frans Masereel en de Christelijke Arbeidersbeweging" -
Toespraak van Gilbert De Swert (hoofd studiedienst ACV) tijdens de boekvoorstelling (28.04.2005)

Eeuwfeest geeuwfeest? Niet altijd, niet noodzakelijk. Een verrassing geeft soms ook nog verrassingen.

Eerste verrassing:
ACV-Kempen is zowaar 100 j. geworden. Krachttoer. Want eeuwelingen worden enkel 100, zeggen ze, dankzij altijd werken en nooit drinken. ACV-Kempen ontkracht die stelling. Tot ons aller persoonlijk genoegen.

Tweede verrassing:
ACV-Kempen zet zijn eeuwfeest extra luister bij door tegelijkertijd ook een groot en fel geëngageerd kunstenaar weer levend te maken. Jezus deed dat ook met Lazarus. Mooi. En heel loffelijk.

En ik zeg dat zonder ironie. Want Frans Masereel kent ook postuum op- en neergang. In z'n laatste jaren mocht hij zich pas verheugen in een verrassende belangstelling vanwege de Belgische overheid. "Zijn begrafenis groeide zelfs uit tot een indrukwekkende plechtigheid. En dat is toch wel een paradox: de eens zo oproerige Masereel, die als jongeman zijn vaderland verliet en nooit meer terug kwam (tenzij kort voor een expositie), die zelfs jarenlang België niet eens binnen mocht, die Masereel werd naar zijn laatste rustplaats op het campo Santo van Sint-Amandsberg voorafgegaan door het muziekkorps van de Gentse politie en plechtig uitgeluid door een minister."

Het is dan ook een hele verrassing, het is zelfs een daad van gerechtigheid dat nu niet politie of politiek maar een vakbond de geëngageerde kunstenaar Masereel huldigt en doet herleven.

Het is des te meer een verrassing, omdat de arbeidersbeweging (zowel de christelijke als de socialistische) tot nu toe weinig, alleszins te weinig, interesse heeft betoond voor de kunstzinnige verbeelding van werk en werkleven (in schilder- en beeldhouwkunst, maar ook in literatuur en muziek).

Derde verrassing:
ACV-Kempen getuigt van ouderwetse christelijke naastenliefde en edelmoedigheid door niet meteen een christelijke maar nog wel een communistische kunstenaar wakker te kussen.

Maar voor Masereel zijn er wel redenen aanwijsbaar. Er was de persoonlijke band van pater Scholl met Masereel. En er is bij Masereel en ACV-Kempen eenzelfde soort streven naar een betere wereld en een zonnige toekomst.

In andersglobalistische manifestaties zie je wel opzichtiger het portret van Che Guevara dan het logo van christelijke bewegingen. Nochtans is hun engagement voor een mogelijk andere wereld veel groter dan de beeldvorming laat zien. Niet voor niks is de aanstichter van het jaarlijks rendez-vous van de hedendaagse contestatie (Porto Alegre) de oud-secretaris van de Commissie Justitia et Pax van de Braziliaanse bisschoppenconferentie (Chico Whitaker). En niet voor niks zou van de deelnemers aan het Wereld Sociaal Forum 2/3 zich 'christelijk' noemen. En daarvan komt weer 2/3 van ACV-Kempen.

Er is dus wel een bezielingslijn te trekken van Masereel naar ACV-Kempen en terug.

Vierde verrassing:
De 100 jaar van ACV-Kempen zien er beeldig uit, professioneel uitgegeven, mooi geboekstaafd, beeld en tekst fraai naast elkaar.

Die beelden naast die teksten, dat brengt mij tot m'n serieuze commentaar.

De houtsneden van Masereel staan naast verhalen, getuigenissen en beschouwingen van delegees en vrijgestelden van vroeger en nu. Het levert een merkwaardige dubbelindruk op.

1. De verhalen over vroeger gaan meestal over de arbeidsomstandigheden van vroeger, het harde werk, of over stakingen en conflicten die de streek en de mensen getekend hebben.

Die verhalen sluiten goed aan bij Masereels houtsneden, bij zijn tijd en zijn werk, die verlevendigen zelfs de gravures, die geven er een nieuw perspectief aan.

Mag ik daarom hier een hartekreet slaken: dat de syndicale verhalen over vroeger alsnog zouden opgetekend en/of opgenomen worden. En gauw, nu het nog kan. (Desnoods stuurt ACV-Kempen z'n nog levende pioniers en voorgangers voor een kuur naar dokter Herman Lecompte - opdat ze het lang leven zouden hebben en ook nog een lang leven zouden kunnen vertellen.)

Anders gezegd: laten we meer werk maken van een mondelinge geschiedenis van arbeid en syndicalisme. Waarom geen reeks 'Het leven zoals het was: werk, vak en bond'.

2. De verhalen en beschouwingen van de jongere garde daarentegen, hebben doorgaans nog weinig verband of voeling met Masereels werk op de bladzijde ernaast.
Dat doet vragen rijzen.
Bijv. deze: zou Masereel vandaag - of zijn kleinzoon vandaag - hetzelfde willen zeggen op dezelfde manier? Dezelfde inhoud in dezelfde vorm?
Ik durf het betwijfelen.

Met de inhoud zou hij het moeilijker hebben. De wereld van toen is althans hier een andere geworden, na Wereldoorlog Twee. Oorlog werd vrede, dankzij de EEG. Zij het koude vrede. Rauw kapitalisme werd hier gaandeweg gebakken in de saus van de welvaartsstaat. De scherpe tegenstellingen zijn hier weg, het zwart-wit is vergrijsd.

Zo dreigt de sociale iconografie hetzelfde lot te ondergaan als de religieuze: de onderwerpen die ze uitbeeldt lijken wel te behoren tot een steeds verder verleden. Jonge mensen moeten straks al kunsthistoricus of industrieel archeoloog zijn om die beelden nog te herkennen.

Ook Masereels medium is gedateerd geraakt. Het genre is er niet in geslaagd om zich aan de nieuwe realiteit aan te passen en te moderniseren. Wie zou trouwens nog al die moeite doen om te graveren - in een tijd van makkelijke audiovisuele vermenigvuldigbaarheid? In België en in de rest van Europa wordt het dan ook nauwelijks meer beoefend. Alleen de fotografie gaat verder op die weg en blijft ons eraan herinneren dat uitbuiting nog steeds bestaat, elders in de wereld, bij de kinderen in de Boliviaanse mijnen, bij de garimperos uit Brazilië, bij de lijkenversnijders uit Azië.

Wat ik wil zeggen: een 50 jaar jongere Masereel met dezelfde hartstocht, zou allicht naar buiten Europa gegaan zijn met een fototoestel of een camera. Een Frans Masereel junior zou een Sebastiao Salgado geworden zijn.

In het beeldarchief in mijn hoofd zit naast Masereels metser Salgado's foto van goudzoekers in Brazilië (Serra Pelada). Een gekrioel van armoedig geklede mannen in korte broeken die tegen de heuvel opklauteren, soms met behulp van kleine trapjes, en die hun pikhouwelen met de moed der wanhoop in de goudzwangere grond slaan. Lege zakjes hangen hoopvol aan hun riemen. Op de voorgrond, boven op de heuveltop, is een man scherp en groot in beeld gebracht. Hij rust gewoon uit tegen een paal, de armen over elkaar, maar in mijn hoofd hangt hij altijd aan het kruis te lijden voor de zonden van de mensheid. Zeer vergelijkbaar met Masereels gravure 'Il était une fois'.

Ook Salgado heeft onvermoeibaar de wereld van de arbeid in al zijn vormen vastgelegd - in kool- en sulfermijnen, in rietsuikerkap en theeplantages.

Nadien is hij de wereld rondgetrokken om de mensenverhuizingen en -slachtingen van de voorbije 25 jaar te 'vertellen'. Overal waar een landengte, een berg, een stroom, een woestijn de hel van het beloofde land scheidt, is hij geweest. Gibraltar, Zambezi en Rio Grande, Afghanistan, Rwanda en Kosovo. Na de proletariërs kwamen de daklozen, na de olie en het smeer het bloed en het slijk, na de openlucht-werkplaatsen de openluchtknekelplaatsen.

Bij Salgado's foto's krijgt de term 'globalisering' zijn gezicht van vlees en bloed. Het woord verlaat de vluchtigheid van beurs, internet en multinational, de stratosfeer van Nasdaq en Dow Jones, om voor je ogen uiteen te spatten in een dooltocht zonder eind, zonder grens. Globalisering betekent: amerikanisering van de rijken. Het heeft ook een keerzijde: clochardisering van de armen. Via plattelandsvlucht en verstopte megapolen. Via de verdrijving naar de zee of de weg door droogte, oorlog of IMF.

Op onze aardbol zijn we in één eeuw van anderhalf naar zes miljard mensen gegaan. Dat leidt tot beweging en tot opstopping. Hoe zou de aantrek van een ruim Noorden op een overbevolkt Zuiden, van zones van vrede en rijkdom op zones van oorlog en honger kunnen vermeden worden? Europeanen ontkennen hun geografie en miskennen hun demografie.

Onze prioriteit in de 21ste eeuw is bijzonder paradoxaal. Wij moeten het Eigene en de Anderen verzoenen. De wereld maken tot een avontuur van Eén Volk (de mensheid) en tegelijkertijd de verscheidenheid van talen en volkeren behoeden voor technologische en commerciële uniformisering. Het natuurrecht van mensen verzekeren om zich te voeden, te vermenigvuldigen en te gaan daar waar leven mogelijk is, en tegelijk het politieke recht van staten respecteren om bevolkingsstromen te controleren en hun grenzen en gebruiken te handhaven overeenkomstig de code van de gastvrijheid (ik onthaal je, jij respecteert me).

De combinatie van beide zal niet gemakkelijk zijn. Identiteit en solidariteit, patriottisme en internationalisme - de fijnheid van een mens is te meten aan zijn capaciteit om te leven volgens die twee tegenstrijdige gedachten. De maatstaf geldt ook voor samenlevingen en beschavingen. Hoe het oude alternatief overstijgen? Geen etnisch 'culturalisme' dat de mensheid opdeelt in onderscheiden en gescheiden mensheden. Maar ook geen abstract universalisme dat een bouwvergunning voor Babel aflevert volgens de wetten van de sterkste. Salgado's foto's, net zoals Masereels gravures, kunnen misschien helpen bij het overstijgen.

Misschien? Masereels wit-zwart-stilering van de (werk)wereld van weliswaar nog geen 100 jaar geleden spreekt esthetisch en historisch aan. Salgado's zwart-wit-fotoverhalen doen nu het oog bevriezen onder de permanente dooltocht van de verworpenen der aarde. Die arbeiders van toen, die Afrikaanse kinderen van nu, ze zijn zo prachtig gevat, ze zijn tegelijk een verfijnd schouwspel. Vandaar de laatste gewetensvraag: Armoede en uitbuiting op glanspapier? Mag dat? Exploitatie van medeleven en medelijden? Mag dat? Mag je schoonheid maken van lijden en lijken?

Mijn antwoord geef ik nu niet. Die staat in het boek. Dat is de laatste verrassing. Voor u toch.

Gilbert De Swert