Merel de Vilder Robier leidt ons in haar unieke taal rond in het atelier van de jonge Jan Van Eyck.
2021 - paperback, 32p.
Zodus broere, kijkt, zeitjij Jan, hier moet tapodium komen, een spellement met daarop: dat schaap.
En daarrond in ’t gès op hun knienen: kiekens of euh gevogelte euh gevleugelte alleszins.
Euhm engelkes.
En tons gaan we prikken ende stekken en ne keer zien wattatter gebeurt met da schaapken.
En Hubert: ja, broere, dà moeme, dà wilme, dà game doen.
En ze begonnen der aan ee.
Merel de Vilder Robier leidt ons in haar unieke taal rond in het atelier van de jonge Jan Van Eyck.
Ook interessant
De website van EPO is verhuisd. We werken hard om alles uit te pakken. Dank voor uw geduld. Negeren